Moet ik mijn cliënt een wc-bril laten likken?

 “Maar hoe ver moet je eigenlijk gaan met exposure?” Het is een vraag die ik regelmatig hoor van behandelaren. Soms letterlijk met het voorbeeld van een wc-bril. Alsof goede exposure betekent dat we cliënten moeten blootstellen aan steeds extremere situaties, totdat de angst verdwijnt. Dat beeld is begrijpelijk. Als je iemand wilt helpen om zijn angst te overwinnen, ligt het voor de hand om juist datgene op te zoeken waar iemand het meest bang voor is. Toch draait goede exposure niet om het bedenken van de meest extreme oefening. Sterker nog: de meest waardevolle oefeningen zijn vaak verrassend alledaags. Neem een jongere met emetofobie. Ze is extreem voorzichtig met eten, omdat ze de kans dat ze ziek wordt sterk overschat. Ze controleert houdbaarheidsdata heel precies en eet bepaalde producten niet meer zodra ze over de datum zijn. Ze wil weten waar eten vandaan komt en hoe het is bereid. Ze zou niet zomaar iets eten wat door andere kinderen is gebakken, omdat ze niet weet welke ingrediënten zijn gebruikt en of alles wel hygiënisch is gegaan. Ook spontaan ergens iets eten vindt ze lastig. Haar wereld rondom eten wordt daardoor steeds kleiner. Als we onderzoeken wat ze verwacht dat er gebeurt als ze haar regels en controles loslaat, komen verschillende angstige voorspellingen naar voren. “Als ik iets eet dat over de datum is, word ik ziek.” “Als ik niet weet hoe iets is bereid, kan ik voedselvergiftiging krijgen.” En: “Als ik koekjes eet die door andere kinderen zijn gebakken, kan ik ziek worden.” Dit zijn de ADU’s die richting geven aan de exposure. We kijken dus niet alleen naar wat iemand vermijdt, maar vooral naar wat iemand denkt dat er zal gebeuren als hij of zij niet meer vermijdt of controleert. Vervolgens kunnen we oefeningen bedenken die juist deze voorspellingen onderzoeken. Zo heb ik als behandelaar al meermaals speurend voor het koelvak van Albert Heijn gestaan, op zoek naar een pak yoghurt met de juiste datum. We zochten bewust naar een product dat tijdens de exposure net over de THT-datum was. Niet omdat dit een standaard oefening is bij emetofobie en ook niet omdat we iemand bewust een gezondheidsrisico willen laten nemen. De oefening paste bij deze cliënt, omdat zij de kans om ziek te worden van eten sterk overschatte en daarom de regel had ontwikkeld dat ze producten na de THT-datum niet meer mocht eten. Door een product te kiezen dat volgens de gebruikelijke voedselveiligheidsrichtlijnen nog verantwoord was om te eten, konden we haar voorspelling concreet onderzoeken: “Als ik deze yoghurt eet, word ik ziek.” De yoghurt werd gegeten en de voorspelde uitkomst bleef uit. Daarmee deed ze een ervaring op die niet goed paste bij haar eerdere overtuiging en kon ze haar inschatting van het risico opnieuw bekijken. Maar de yoghurt was niet de enige oefening. Haar angst speelde ook een rol bij eten dat door anderen was klaargemaakt. Daarom gingen mijn kinderen koekjes bakken. Voor deze jongere was juist dat een spannende situatie: ze wist niet precies welke ingrediënten waren gebruikt, wie het deeg had aangeraakt en of alles wel volgens haar eigen regels was gegaan.  De oefeningen waren dus heel verschillend. De ene keer stond ik in de supermarkt voor het koelvak en de andere keer lagen er zelfgebakken koekjes op tafel. Wat ze met elkaar gemeen hadden, was niet dat ze extreem waren. Wat ze gemeen hadden, was dat ze aansloten bij de specifieke angstige verwachtingen van deze cliënt. En daar zit voor mij een belangrijk punt. De oefening komt niet eerst, waarna we bedenken welke angst erbij past. We beginnen bij de cliënt. Waar wordt iemand bang voor? Wat verwacht iemand dat er gebeurt? Welke regels, vermijding of controles zijn ontstaan om dat gevreesde te voorkomen? En welke oefening kan helpen om juist die verwachting te onderzoeken? Dat betekent ook dat exposure-oefeningen geen doel op zichzelf moeten worden. Het doel is niet dat iemand uiteindelijk een wc-bril durft te likken of voedsel vér over de datum durft te eten. Het doel is dat angst iemand minder gaat beperken in het dagelijks leven. Voor deze jongere betekent dat bijvoorbeeld dat ze weer spontaan met vriendinnen uit eten kan, op vakantie durft te gaan en op een verjaardag een stuk taart kan eten zonder uitgebreid te controleren of het wel veilig is. De yoghurt en de koekjes zijn daarin geen eindpunt, maar een middel. Ze helpen om de angstige verwachtingen en de regels die haar gedrag sturen te onderzoeken. Vanuit die ervaringen ontstaat ruimte om uiteindelijk weer dingen te doen die voor haar belangrijk zijn. Dat vraagt ook iets van ons als behandelaar. We moeten niet alleen creatief zijn in het bedenken van exposure-oefeningen, maar vooral goed blijven kijken naar waar de cliënt daadwerkelijk door wordt beperkt. Een oefening kan heel spannend lijken, maar weinig toevoegen als deze niet raakt aan de angstige verwachting van de cliënt. Andersom kan een relatief eenvoudige oefening juist heel krachtig zijn als deze precies aansluit bij een belangrijke ADU. Dus: moet ik mijn cliënt een wc-bril laten likken? Dat zou ik niet adviseren. Het kan zijn dat een wc-bril precies de situatie is waar deze cliënt bang voor is en die hem of haar in het dagelijks leven beperkt. Maar ook dan is de vraag niet hoe extreem we kunnen gaan, maar wat deze oefening kan opleveren. Goede exposure draait niet om het bedenken van de meest extreme oefening. Het draait om het creëren van een leerervaring die aansluit bij de angstige verwachting van de cliënt en helpt om deze verwachting bij te stellen. De oefening volgt de angstige verwachting, niet andersom. En soms begint zo’n leerervaring verrassend eenvoudig. Met een pak yoghurt in de supermarkt. Of met zelfgebakken koekjes. Wil je beter leren begrijpen hoe je exposure zo inzet dat oefeningen écht aansluiten bij de angstige verwachtingen van je cliënt? In de cursus Exposure begint bij jezelf verdiep je je in de principes achter effectieve exposure en ervaar je ook zelf wat exposure van een cliënt vraagt. Zo leer je niet alleen welke oefeningen je kunt inzetten, maar vooral waarom, wanneer en hoe. Bekijk de cursus Exposure begint bij jezelf

  1. Home
  2. King in gesprek met
  3. Moet ik mijn cliënt een wc-bril laten likken?
Gepubliceerd op: 7 sep 2026 19:56
Laatste aanpassing: 7 sep 2026 19:57

 “Maar hoe ver moet je eigenlijk gaan met exposure?”

Het is een vraag die ik regelmatig hoor van behandelaren. Soms letterlijk met het voorbeeld van een wc-bril. Alsof goede exposure betekent dat we cliënten moeten blootstellen aan steeds extremere situaties, totdat de angst verdwijnt.

Dat beeld is begrijpelijk. Als je iemand wilt helpen om zijn angst te overwinnen, ligt het voor de hand om juist datgene op te zoeken waar iemand het meest bang voor is. Toch draait goede exposure niet om het bedenken van de meest extreme oefening. Sterker nog: de meest waardevolle oefeningen zijn vaak verrassend alledaags.

Neem een jongere met emetofobie. Ze is extreem voorzichtig met eten, omdat ze de kans dat ze ziek wordt sterk overschat. Ze controleert houdbaarheidsdata heel precies en eet bepaalde producten niet meer zodra ze over de datum zijn. Ze wil weten waar eten vandaan komt en hoe het is bereid. Ze zou niet zomaar iets eten wat door andere kinderen is gebakken, omdat ze niet weet welke ingrediënten zijn gebruikt en of alles wel hygiënisch is gegaan. Ook spontaan ergens iets eten vindt ze lastig. Haar wereld rondom eten wordt daardoor steeds kleiner.

Als we onderzoeken wat ze verwacht dat er gebeurt als ze haar regels en controles loslaat, komen verschillende angstige voorspellingen naar voren. “Als ik iets eet dat over de datum is, word ik ziek.” “Als ik niet weet hoe iets is bereid, kan ik voedselvergiftiging krijgen.” En: “Als ik koekjes eet die door andere kinderen zijn gebakken, kan ik ziek worden.”

Dit zijn de ADU’s die richting geven aan de exposure. We kijken dus niet alleen naar wat iemand vermijdt, maar vooral naar wat iemand denkt dat er zal gebeuren als hij of zij niet meer vermijdt of controleert.

Vervolgens kunnen we oefeningen bedenken die juist deze voorspellingen onderzoeken. Zo heb ik als behandelaar al meermaals speurend voor het koelvak van Albert Heijn gestaan, op zoek naar een pak yoghurt met de juiste datum. We zochten bewust naar een product dat tijdens de exposure net over de THT-datum was. Niet omdat dit een standaard oefening is bij emetofobie en ook niet omdat we iemand bewust een gezondheidsrisico willen laten nemen. De oefening paste bij deze cliënt, omdat zij de kans om ziek te worden van eten sterk overschatte en daarom de regel had ontwikkeld dat ze producten na de THT-datum niet meer mocht eten. Door een product te kiezen dat volgens de gebruikelijke voedselveiligheidsrichtlijnen nog verantwoord was om te eten, konden we haar voorspelling concreet onderzoeken: “Als ik deze yoghurt eet, word ik ziek.” De yoghurt werd gegeten en de voorspelde uitkomst bleef uit. Daarmee deed ze een ervaring op die niet goed paste bij haar eerdere overtuiging en kon ze haar inschatting van het risico opnieuw bekijken.

Maar de yoghurt was niet de enige oefening. Haar angst speelde ook een rol bij eten dat door anderen was klaargemaakt. Daarom gingen mijn kinderen koekjes bakken. Voor deze jongere was juist dat een spannende situatie: ze wist niet precies welke ingrediënten waren gebruikt, wie het deeg had aangeraakt en of alles wel volgens haar eigen regels was gegaan.

 De oefeningen waren dus heel verschillend. De ene keer stond ik in de supermarkt voor het koelvak en de andere keer lagen er zelfgebakken koekjes op tafel. Wat ze met elkaar gemeen hadden, was niet dat ze extreem waren. Wat ze gemeen hadden, was dat ze aansloten bij de specifieke angstige verwachtingen van deze cliënt.

En daar zit voor mij een belangrijk punt. De oefening komt niet eerst, waarna we bedenken welke angst erbij past. We beginnen bij de cliënt. Waar wordt iemand bang voor? Wat verwacht iemand dat er gebeurt? Welke regels, vermijding of controles zijn ontstaan om dat gevreesde te voorkomen? En welke oefening kan helpen om juist die verwachting te onderzoeken?

Dat betekent ook dat exposure-oefeningen geen doel op zichzelf moeten worden. Het doel is niet dat iemand uiteindelijk een wc-bril durft te likken of voedsel vér over de datum durft te eten. Het doel is dat angst iemand minder gaat beperken in het dagelijks leven.

Voor deze jongere betekent dat bijvoorbeeld dat ze weer spontaan met vriendinnen uit eten kan, op vakantie durft te gaan en op een verjaardag een stuk taart kan eten zonder uitgebreid te controleren of het wel veilig is. De yoghurt en de koekjes zijn daarin geen eindpunt, maar een middel. Ze helpen om de angstige verwachtingen en de regels die haar gedrag sturen te onderzoeken. Vanuit die ervaringen ontstaat ruimte om uiteindelijk weer dingen te doen die voor haar belangrijk zijn.

Dat vraagt ook iets van ons als behandelaar. We moeten niet alleen creatief zijn in het bedenken van exposure-oefeningen, maar vooral goed blijven kijken naar waar de cliënt daadwerkelijk door wordt beperkt. Een oefening kan heel spannend lijken, maar weinig toevoegen als deze niet raakt aan de angstige verwachting van de cliënt. Andersom kan een relatief eenvoudige oefening juist heel krachtig zijn als deze precies aansluit bij een belangrijke ADU.

Dus: moet ik mijn cliënt een wc-bril laten likken? Dat zou ik niet adviseren. Het kan zijn dat een wc-bril precies de situatie is waar deze cliënt bang voor is en die hem of haar in het dagelijks leven beperkt. Maar ook dan is de vraag niet hoe extreem we kunnen gaan, maar wat deze oefening kan opleveren.

Goede exposure draait niet om het bedenken van de meest extreme oefening. Het draait om het creëren van een leerervaring die aansluit bij de angstige verwachting van de cliënt en helpt om deze verwachting bij te stellen.

De oefening volgt de angstige verwachting, niet andersom.

En soms begint zo’n leerervaring verrassend eenvoudig.

Met een pak yoghurt in de supermarkt. Of met zelfgebakken koekjes.

Wil je beter leren begrijpen hoe je exposure zo inzet dat oefeningen écht aansluiten bij de angstige verwachtingen van je cliënt?

In de cursus Exposure begint bij jezelf verdiep je je in de principes achter effectieve exposure en ervaar je ook zelf wat exposure van een cliënt vraagt. Zo leer je niet alleen welke oefeningen je kunt inzetten, maar vooral waarom, wanneer en hoe.

Bekijk de cursus Exposure begint bij jezelf


Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang maandelijks updates over ons cursusaanbod. Je kunt je op elk gewenst moment weer uitschrijven.