Vervolg- en nascholingsursus (50 uur): “Cognitieve therapie ‘in de diepte’: werken aan kerncognities”

Binnen Cognitieve Therapie (= CT) valt een onderscheid te maken tussen benaderingen die ‘oppervlakte’-cognities pogen te beïnvloeden en benaderingen waarin meer fundamentele cognities worden geïdentificeerd en bewerkt. In deze cursus valt de nadruk sterk op het laatste, vandaar de benaming ‘Cognitieve therapie in de diepte’.

DEZE CURSUS KOMT IN AANMERKING VOOR HET STAP-SCHOLINGSBUDGET

Na inschrijving kunnen je ons mailen op maaike@kingnascholing.nl, je ontvangt dan van ons het STAP aanmeldbewijs.


Inhoud

Binnen C(G)T wordt sinds een aantal jaren een sterke nadruk op stoornis-specifieke behandelingsaanpakken gelegd. Diezelfde nadruk is ook te zien binnen de (G)GZ, getuige de Multidisciplinaire Richtlijnen en het door de overheid in het leven geroepen DBC-systeem, dat niet alleen voor somatische/medische stoornissen geldt, maar ook voor psychische stoornissen/klachten.

In deze cursus wordt ervan uitgegaan dat stoornis-specifieke behandelingsaanpakken pas goed kunnen worden uitgevoerd als de therapeut generale CT-vaardigheden in zijn/haar repertoire heeft. Vaak zal dan blijken dat, als men een grondige kennis heeft van die generale CT-vaardigheden, men ‘als vanzelf’ die meer stoornis-specifieke behandelingsmethodieken kan hanteren, al kan het zinnig zijn om daarnaast bekend te zijn met enkele meer op een bepaalde stoornis toegespitste technieken c.q. handreikingen. Ook zal dan blijken dat men dan ‘als vanzelf’ kennis en vaardigheden heeft verworven in het hanteren van de meeste elementen uit enkele nieuwere 3e generatie cognitieve gedragstherapieën.

2. Hoewel ‘klassieke’ CT in principe aandacht heeft voor het identificeren en bewerken van diepe(re) schema’s, is er m.n. binnen de cognitieve therapie à la Beck veelal -getuige case-studies en demonstratievideo’s- de facto een sterke nadruk op het identificeren en bewerken van meer oppervlakkige problematische cognities, zoals logische denkfouten.


Werkwijze

Naast theoretisch verdiepend, is de cursus sterk praktijkgericht: aan de hand van eigen problematische episodes en (eigen) casuïstiek wordt geoefend en feedback gegeven, en worden de mogelijkheden van cognitieve therapie ‘in de diepte’ geïllustreerd. Daarnaast zijn er mini-lectures en DVD’s.

In deze cursus wordt sterk de nadruk gelegd op het van het begin af aan leren onderkennen en bewerken van centrale problematische (kern-)opvattingen van cliënten (en van de deelnemers zelf). De deelnemers oefenen in de cursus als therapeut met en op elkaar. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij in de eerste drie dagen van de cursus eigen problematische episodes inbrengen. Deze werkwijze heeft meerdere voordelen: (a) therapeutische vaardigheden worden het best aangeleerd door te oefenen; (b) de ervaring leert dat men cognitief-therapeutische vaardigheden het beste aanleert door eerst zelf ‘door de molen’ te zijn gegaan. Om die reden wordt in deze cursus begonnen met het bij zichzelf identificeren (en bewerken) van karakteristieke achterliggende cognities, zoals die naar voren komen uit eigen (al dan niet licht) problematische episodes.


Opbouw

De cursus valt uiteen in twee delen:

Deel A: Cognitieve therapie bij diepere betekenislagen en toepassing ervan op eigen problematische episodes (3 dagen).

Centraal in de eerste drie dagen van de cursus staan -naast een summiere herhaling van de theorie en praxis van CT (m.n. aan de hand van inleidingen door de docent)- het toepassen van CT op eigen problemen (waarbij een ieder afwisselend cliënt en CT-therapeut is), en -in beperkte mate- het zien en bediscussiëren van voorbeeld-DVD’s van toonaangevende cognitief therapeuten.

Deel B: Cognitieve therapie in de diepte toegepast op cliënten (5 dagen). Op elke cursusdag worden hierbij een drietal sporen (‘tracks’) onderscheiden, namelijk:

– CT (hoofd-)Spoor. Elke cognitief-therapeutische behandeling kan onderscheiden worden in:

(a) cognitief-therapeutische diagnostiek: het onderkennen van (kern-)opvattingen

(b) cognitief-therapeutische behandeling: uitdagen en cognitieve herstructurering van m.n. (kern-)opvattingen

(c) cognitief-therapeutische behandeling: verankeringstechnieken (d.w.z.: manieren om de kans te maximaliseren dat de cliënt zich de verworven nieuwe inzichten eigen maakt)

Alhoewel er gerichte aandacht is voor de toepassing van CT bij enkele specifieke stoornissen (depressie, angststoornissen, PTSS, gecompliceerde rouw, As-II problematiek, m.n. borderline), valt de nadruk op het aanleren van algemene, ‘stoornis-overstijgende’ cognitief-therapeutische vaardigheden (zowel diagnostische als interventiegerichte), die ‘diepere lagen’ van de persoon(lijkheid) raken. Dergelijke ‘stoornis-overstijgende’ aanpakken worden sinds enige tijd ook wel met de term ‘transdiagnostisch’ aangeduid. Onderhavige cursus is/was daarmee een ‘transdiagnostische’ cursus avant la lettre.

Naast de meer klassieke cognitief-therapeutische benaderingen (REBT en Beck), is er aandacht voor verwante benaderingen, zoals Young’s Schema Therapie, Mindfulness Based CT en Linehans Dialectische Gedragstherapie.


Toetsing

1. Take-home tentamen aan het einde van de cursus.

2.  Het maken van een (kort) geluids- of geluids- en beeldfragment van een cliëntgesprek waarin op een cognitief-therapeutische wijze wordt gewerkt. Dit fragment wordt tijdens de bijeenkomsten beluisterd. Hierbij wordt zowel gekeken naar de kwaliteit van de getoonde CT-vaardigheden als naar de mate waarin er progressie is in het verwerven van de betreffende vaardigheden.


Voor nadere informatie, zie  www.kienhorstvandenbout.nl


DagDatumTijden
1 5 oktober 202210:00 - 17:00
212 oktober 202210:00 - 17:00
319 oktober 202210:00 - 17:00
4 2 november 202210:00 - 17:00
5 9 november 202210:00 - 17:00
623 november 202210:00 - 17:00
730 november 202210:00 - 17:00
8 7 december 202210:00 - 17:00

VGCt

Vervolgcursus50Toegekend

FGzPt

Herregistratie46Toegekend

NIP (K&J) / NVO (OG) en SKJ psychologen en orthopedagogen

Herregistratie50Toegekend
Diagnostiek16Toegekend
Behandeling34Toegekend
Extra literatuurstudie37Toegekend

NIP A&O/A&G

A&O/A&G100Toegekend

Aspirant VGCt-leden in het kader van een 50-urige vervolgcursus. De basiscursus van 100 uur dient afgerond te zijn.

Eerstelijnspsychologen, kinder- en jeugdpsychologen en orthopedagogen.

Prof. dr. Jan van den Bout

Prof. dr. Jan van den Bout

Prof. dr. Jan van den Bout is als hoogleraar klinische psychologie verbonden aan de Afdeling Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Utrecht. Hij verricht onderzoek en geeft onderwijs op het gebied van emotionele problemen na verliesgebeurtenissen en psychotraumata. Over deze onderwerpen publiceerde hij zowel nationaal als internationaal vele artikelen en boeken.

Van den Bout is cognitief psychotherapeut. Met onder meer Ineke Kienhorst bewerkte hij het boek ‘Theorie en praktijk van de Rationeel-Emotieve Therapie’ (2001/2003/2005). Hij was van 1997 tot 2005 voorzitter van de (Nederlandse) Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (= VGCt) (www.vgct.nl), de grootste psychotherapie vereniging van Nederland. Hij was vele jaren President van de European Association for Behavioural and Cognitive Therapies (= EABCT) (www.eabct.com).

Daarnaast is hij actief als docent/trainer. Hij richt zich daarbij met name op cursussen over cognitieve therapie en workshops over de behandeling van gecompliceerde rouw.

Er dienen 2 boeken te worden aangeschaft. De titels worden zsm bekend gemaakt.

De cursus wordt in acht dagen gegeven (6,25 uur cursustijd per dag; dat zijn 50 cursusuren).

Het totaal aantal studie-uren is circa 150. In deze studie-uren dienen door de deelnemers de volgende activiteiten te worden uitgevoerd:

– lezen van de literatuur (bestaande uit een uitgebreide reader en twee boeken)

– toepassen CT op eigen emotionele en gedragsproblemen (zowel leren te onderkennen van kenmerkende (kern-)opvattingen als het bewerken van deze opvattingen die nauw verbonden zijn met deze emotionele en gedragsproblemen)

– op audio- dan wel videoband/DVD of een andere geluidsdrager opnemen en beluisteren van gesprekken met cliënten, en het daaruit selecteren van voor super/intervisie geschikte fragmenten.

– het maken van de eindtoetsopdracht.

Naar boven