Onder- of overprikkelde kinderen; diagnostiek en interventie

Femke van Ravensteijn-Brands

In deze cursus leer je op een andere manier kijken naar gedrag; je leert onder- en overprikkeling herkennen en alternatieven bieden voor storend gedrag.

Werk jij met kinderen die niet stil kunnen zitten, waarbij kleding uitzoeken en eten een dagelijks terugkerend drama is of die regelmatig informatie missen? Of kinderen die constant wippen, wiebelen en friemelen, snel afgeleid zijn, grenzen van anderen overschrijden en niet kunnen samenwerken? Dat kan te maken met zintuiglijke prikkelverwerking (sensorische informatieverwerking). Een kind voelt zich niet fijn en kan zich niet concentreren als het last heeft van te weinig of te veel prikkels. Dit kind is onderprikkeld of juist overprikkeld en kan daardoor storend gedrag vertonen. 

Inhoud van de cursus

In de cursus gaan we met behulp van videomateriaal kijken naar gedrag met in ons achterhoofd dat een verstoorde prikkelverwerking de oorzaak kan zijn van storend gedrag. Je leert hoe het proces van prikkelverwerking in de hersenen verloopt en dat er een ‘prikkelfilter’ is, dat bepaald wat er met de geregistreerde prikkels gebeurt. Door gebruik te maken van een kijkwijzer: de ‘prikkelwijzer’, leer je in een aantal stappen (storend) gedrag typeren. Is het kind misschien onderprikkeld of overprikkeld? Wat doet het kind zelf om het gedrag te reguleren? Wat kun je als (beroeps)opvoeder aanbieden om de prikkelverwerking te ondersteunen? Aan de hand van - deels zelf ingebrachte - casussen gaan we aan de slag met het typeren van gedrag en met het beslissen of er een andere of aanvullende strategie nodig is, zodat het kind zich beter voelt en beter kan functioneren. Je leert activerende en kalmerende strategieën en hoe je deze kunt toepassen. Ook leer je of onder- of overprikkeld zijn een onderdeel is van bijvoorbeeld ASS, HSP, VB, AD(H)D en hoogbegaafdheid of dat het een met het ander verward kan worden.

Doelstelling

·       Je leert welke invloed zintuiglijke prikkelverwerking (ZiP) heeft op opgroeien en leren.

·       Je leert hoe gedrag er uitziet als ZiP niet goed werkt (je leert kijken door een ‘ZiP-bril’).

·       Je leert, met behulp van videomateriaal storend gedrag typeren; is een kind misschien onder- of overprikkeld?

·       Je leert direct beslissen of je ondersteuning moet bieden of dat het kind prima bezig is.

·       Je leert oplossingen te bedenken voor storend gedrag.

·       Je leert of onder- of overprikkeld zijn een onderdeel is van bepaalde stoornissen/persoonskenmerken of dat het een met het ander verward kan worden.

Werkwijze

De deelnemers krijgen videomateriaal te zien, zodat zij onder- en overprikkeld gedrag leren herkennen. Zij leren werken met een kijkwijzer, de ‘prikkelwijzer’. De deelnemers werken samen om verschillende opdrachten uit te voeren waarin zij onder- en overprikkeld gedrag leren typeren en zij leren strategieën uitkiezen voor onder- en overprikkelde kinderen. De deelnemers leren de ‘prikkelmeter’ kennen, waarmee kinderen zelf aan kunnen geven hoe zij zich voelen en wat zij nodig hebben.

Wijze van toetsing

De toetsing bestaat uit het doorlopen van de prikkelwijzer (diagnostisch- en behandelproces) naar aanleiding van een video: Deelnemers beschrijven naar aanleiding van de beelden:

  • Welk gedrag zie je dat met prikkelverwerking te maken kan hebben?
  • Is het kind onder- of overprikkeld?
  • Welk zelfregulerend gedrag laat het kind zien?
  • Wil je het kind strategieën aanbieden? Zo ja, benoem twee strategieën.
DatumTijden
6 juli 20219:30 - 16:45

NIP (K&J) / NVO (OG) en SKJ psychologen en orthopedagogen

geldig van 23 mrt 2019—22 mrt 2022
Behandeling3Toegekend
Diagnostiek3Toegekend
Herregistratie6Toegekend

SKJ

geldig van 2 jul 2019— 2 jul 2022
Opleidingstraject jeugdzorgwerker/ jeugd- en gezinsprofessional10Toegekend

Hulpverleners (zowel op HBO-niveau als academisch geschoold) die in de praktijk werken met kinderen die storend gedrag vertonen.

Femke van Ravensteijn-Brands

Femke van Ravensteijn-Brands

Femke is ergotherapeut. Zij is gespecialiseerd in zintuiglijke prikkelverwerking (ZiP) en in het behandelen van kinderen. In 2010 startte zij haar eigen praktijk: Ergotherapiepraktijk De Oplossing, met vier locaties en vijf ergotherapeuten, allen geschoold in ZiP.

Femke heeft meer dan 15 jaar ervaring en werkt met verschillende doelgroepen, waarbij kinderen uit het reguliere basisonderwijs het meeste gezien worden. Verder werkt zij met kinderen van 0 tot 4 jaar, kinderen met ASS, ADHD, Syndroom van Down en taalontwikkelingsproblemen, kinderen met een meervoudige handicap en hoogbegaafde kinderen. Femke heeft ervaring binnen het speciaal basisonderwijs.

Femke is een nicht van Monique Thoonsen en daardoor al in een vroeg stadium in contact gekomen met de boeken ‘Wiebelen en Friemelen in de klas’ en ‘Wiebelen en Friemelen thuis’. Door haar ruime ervaring binnen het werken met leerkrachten en ouders kan Femke veel praktijkvoorbeelden geven, waardoor het onderwerp nog meer gaat leven.

In het tijdschrift Prikkels heeft zij een bijdrage geleverd met het artikel “Thuis barst de bom” wat zij samen met een collega ergotherapeut M. Vosters heeft geschreven

Verplicht aan te schaffen: (één van de twee)

Thoonsen, M., Lamp, C (2017). Wiebelen en friemelen thuis, over de invloed van zintuiglijke prikkelverwerking op opgroeien. Uitgeverij Pica. Hoofdstuk 1, 2, 4 en 5 (75 pagina’s)

OF

Thoonsen, M., Lamp, C (2015). Wiebelen en friemelen in de klas, over de invloed van zintuiglijke prikkelverwerking op leren. Uitgeverij Pica. Hoofdstuk 1, 2, 4, 5 en 6 (75 pagina’s)

Overige literatuur is online beschikbaar:

Een deel uit: Dunn, W. (2008). Leven met sensaties. Begrijp je zintuigen. Pearson.


Naar boven